Johan praat met...

MARIE-JOSE FORRIER


Zuster Chepita

BEDENKINGEN UIT AARTRIJKE

BEDENKINGEN UIT ESTELI NICARAGUA

QUARANTAINE, ANNO 2020




Wat is jouw vroegste herinnering?  

Een zeer goede vraag. Eerste klas van de kleuterschool. In mijn tijd was dit de bewaarschool. Met Anna Fonteyne, eveneens uit de Ossebilkstraat. Zij passeerde bij ons in de ochtend en over de middag om mij op te pikken en naar school te brengen. Zuster Suzanne was toen de kleuterjuf, Zuster Maria stond voor de derde kleuterklas. Zalige tijd, onbezorgd ravotten. Anna had nog een zus, Maria. Anna en Maria werkten later bij de familie Coeman.   


Wat is jouw dierbaarste bezit?  

Bezit en macht zijn niet meteen mijn favoriete woorden. Maar, ik begrijp je wel. Ik hou ontzettend veel van mijn familie. We waren thuis met zijn zessen. Ik ben de oudste, daarna Daniël, Jeannette, Jozef, Rita en Mano, op papier heet hij evenwel Emmanuel. Telkens afwisselend meisje-jongen. Met allen heb ik zeer goede contacten. Ze zitten verankerd diep in mijn hart. Ze- net als mijn neven en nichten- zijn me bijzonder waardevol.  


Wat is jouw favoriete geur? 

De natuur zondermeer. Vroege ochtend, opkomende zon. En, net voor het donker wordt. De frisse geuren van de bloemen.  


Wat is jouw favoriete muziek?  

Hier in Nicaragua de muziek van de revolutie en de strijdliederen van Latijns-Amerika. Ook de folkloremuziek. Tevens heb ik ook oor voor klassieke muziek. Weet je, ik hou van beide werelden. Ik voel me nog Europeaan, Belg, ook al vertrok ik begin jaren ‘80 uit België weg. En, daarnaast voel ik me hier compleet geïntegreerd. Ondanks dit gevoel ben ik nooit 100 % Nicaraguaan.  


Wat is jouw levensles?  

Zeg. Zware kost die vragen van jou Johan.Maar, Ik leef, elke dag, dag na dag. En ik zit niet bij de pakken. Sleur de problemen niet mee. Los ze op. En doe naarstig verder. Probeer, doe, aarzel niet.  


Wat is jouw favoriete zintuig?  

Ik geef je twee belangrijke spreuken. Je moet je ogen de kost geven. Op het eerste zicht. Zien is uitermate belangrijk. Maar het besef dat ik over alle zintuigen beschik, maakt me gelukkig. Dus hoor je mij niet klagen. Van thuis uit hebben we bovendien geleerd nooit te klagen.  


Hoe kom je tot rust? 

Ik ga zeer graag bij de mensen, hier lokaal, op huisbezoek. In die kleine gemeenschappen vind ik mijn ontspanning. Luisteren naar hun verhaal uit het dagdagelijks leven.  

Anderzijds lees ik graag boeken. Hier naast mij ligt In het huis met de geesten, een familiekroniek van Isabel Allende. Allende is wellicht de grootste Latijns-Amerikaanse schrijfster. Ze schrijft niet ingewikkeld, geeft de realiteit weer. Ze combineert grote liefdesromans met sterke historische weergaven. Weet, haar oom Salvador, president van Chili, werd vermoord. Ze heeft een grote maatschappelijke impact. En haar boeken lees ik in het Spaans.  

De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry wil ik ook herlezen, de Spaanse vertaling dan wel. Momenteel ben ik één aan het lezen van Omar Cabezas, Cancion de amor para los hombres. In de wachtrij: Het achterhuis van Ana Frank en De moeder van M. Gorki. 


Jouw laatste avondmaal?  

Afhankelijk van waar ik ben. Hier samen met de mensen van de basisgroepen en de studiebeurzen de dagverse kippensoep. De kippen worden hier niet industrieel gekweekt. Ze lopen, zoals bij ons vroeger, vrij op de erven. Gekruid met groene pepers en alle soorten paprika’s. Soep is hier een volledig middagmaal, met op zijn minst vijf of meer verschillende groenten. Aan tafel serveren we er vaak nog rijst of tortilla bij. In Aartrijke zou ik dan in de winter een hutsepot kiezen en in de zomer een visschotel met verse frietjes.  

Ik ben absoluut geen moeilijke eter. Ik eet nu wel veel gezonder, minder vlees, meer rijst met bruine of rode boontjes. Niet te pikant, de sausen worden hier meestal afzonderlijk op tafel gezet. Aan de disgenoten om het zelf brandend of scherp bij te kruiden.  


Wat is jouw grootste ontgoocheling?  

Oeie. Die ontgoocheling is er wel. Ik zie, ook hier, dat het individualisme groeit, dag na dag. Het wordt ook hier moeilijker om mensen samen te brengen. We worden getekend door een neoliberaal systeem waarbij iedereen probeert zichzelf te redden. Het vechten voor persoonlijk profijt doet me pijn. Het gemeenschappelijke verdwijnt naar de laatste plaats.  

Kleine naties met goeie ideeën worden gewoon platgedrukt of uitgesloten door de grote landen. De grote machthebbers halen dan nog profijt uit de miserie van de kleine man. Pfff.  

Met één sleutel mag je terugkeren in jouw eigen verleden. Welke periode verkies je?  

De jaren in El Salvador, van ‘76 tot ‘80. Ze hebben mij het meest getekend. Een moeilijke start, met bergen ervaring op zeer korte termijn. We vormden enthousiast lokale, solidaire gemeenschappen, we engageerden de jeugd, we kwamen op voor de rechten van iedereen. En, we hadden een memorabele verstandhouding. Altijd geïnspireerd door de bevrijdingstheologie. We vormden zeer sterke jongerengroepen die zich volop engageerden voor een betere toekomst voor de jeugd in de wijk en het land.  

Maar,ik was toen ook jonger. Vergelijkingen maken wordt dan moeilijker. Feitelijk heeft elke periode, elke leeftijd een eigen waarde.   


 


 


 


 t.  


 

© Aartrijke Leeft 2020   -  Webdesign: illegalgraphics.be