Johan praat met...

Guy
Verlinde

Blues Muzikant



Wat is je vroegste herinnering ?
Ik denk aan het kleuterschooltje. Wat knutselen, sneeuwmannen maken in de straat.

Wat wou je als kind later worden ?
Ik wilde later geen piloot noch politieman worden. Ik voetbalde wel heel graag. Ik herinner me nog wel dat ik een heel korte periode bij Fanfare Hoger Op speelde. Ze lieten me tuba spelen, omdat mijn lippen zogezegd te dik waren om trompet te spelen. Ik moest tijdens de repetities naast devader van Peter Acda , Marinus, zitten. En na een tijdje vond ik dit wel cool, en wilde ik wel tubaspeler worden. Maar vrij snel bleek toch dat fanfaremuziek mijn ding niet was.

Wat maakt je ongelukkig ?
Zonder twijfel , onrecht. En mensen die zagen en klagen, ondanks dat wij het allemaal veel beter hebben dan 90 % van de wereldbevolking. Maar misschien moet ik dit die mensen ook niet kwalijk nemen. We leven ons te weinig in. De meest kwetsbaren worden het eerst geraakt. En daar komt weinig reactie op. Dat maakt me echt wel pissig.

Wat is je het meest dierbaar ?
Ik ben niet materialistisch ingesteld. Een van mijn gitaren, om het even welke. Er zullen altijd wel gitaren op deze wereld zijn. En met sommige instrumenten heb ik een groter verhaal. Sommige zal ik ook nooit wegdoen. Mijn grootste bezit zijn mijn tofste herinneringen aan alles wat ik heb uitgespookt. En naderhand toch de beste lessen eruit heb geleerd.

Wat is jouw favoriete geur ?
Afhankelijk. In de ochtend, de geur van de eerste koffie. In de zomer, de geur van een ferme regenvlaag. Op de tarmac of in de bossen. Anders ben ik nogal “geurneutraal”’.
Wat is jouw favoriete zintuig ?
Mijn oren. Mijn oren hebben me al heel veel gegeven, veel meer dan mijn ogen of neus. Muziek beluisteren, verhalen aanhoren.,.... dat is toch wel belangrijk voor mij.

Wat was jouw ergste job ?
Mijn ergste job, was ook mijn eerste job. Pret plukken aan 70 Belgische Frank per uur. Dan werkte ik per dag urenlang, en kregen we 's avonds een habbekrats. En weet je, die groentebuur maakte ons wijs dat we veel geld hadden verdiend.
Later werkte ik in de Kortemarkse steenbakkerij.
Twee vakantiejobs die mijn ogen openden. Ik besefte vlug dat ik moest studeren. Elke student zou die zomerjobs eens moeten doen.

Hoe kom je tot rust ?
In bad. Ook op concertreis vraag ik meestal een kamer met bad. Twee uren voor het podium, even de badkraan volop opendraaien.

In welke tijd had je graag geleefd ?
Vroeger wilde ik altijd in de jaren 60 leven. Vooral op muzikaal vlak was dit de meest interessante. In alle genres werd er volop geéxperimenteerd. Er was enorm veel openheid voor nieuwe dingen. 
Het was ook de piek van mijn grootste idolen.
Maar ik leef graag nu, met alle goeie en slechte dingen, met alle uitdagingen.

Welke songs mogen ze spelen op jouw begrafenis ?
Ze mogen kiezen. De meest dierbaren mogen me begraven zoals ze willen. Zoekend naar de grootste troost. Ik ben er dan toch niet meer. Hoe ik herinnerd word maakt me dan ook niet zoveel meer uit. Misschien gaan ze mij vergeten, vergeten wie ik was. Maar toch. Zo lang mijn liedjes in een platencollectie zitten, mijn albums gedraaid worden.
Op mijn laatste avondmaal is het ook niet belangrijk wat er opgediend wordt. Zolang ik maar geen vlees moet eten.

Wie schuift er aan ?
Ik doe niemand onrecht aan. Maar nu denk ik in de eerste plaats aan mijn vader.

Welke herinneringen hou je over aan jouw Aartrijkse jaren ?
Waar je bent opgegroeid vergeet ik nooit. Zoveel mooie, evenals zoveel harde herinneringen. Levenslessen die me vormden hier in Aartrijke wil ik voor geen geld van de wereld missen of uitwissen. Ik denk nu terug aan de voetbalperiode, de jaren in het jeugdhuis, het ontdekken van muziek. Mààr ook aan mijn trauma uit de basisschool. Het brainwashen van het katholiek gedoe.
Wat Aartrijke me geeft zijn de mooiste herinneringen.

© Aartrijke Leeft 2020   -  Webdesign: Bram Steenkiste