LOCATIE

Al staan de deuren glad van vingers op
de tast en wringen wij onszelf met kop
en schouders door een gat, er is een plaats
waar niemand komt. Dat maakt ons bang.

Zo snijden wij elkaar de handen af,
als zoeken wij de bodem van een vaas
waarvan de hals nog elke dag versmalt.
Zo moeten wij elkaars gevangene verzinnen.

uit Overval, 1997, Uitgeverij De Arbeiderspers, A'dam- A'en


EVENBEELD
Nu loopt haast onophoudelijk
mijn spoor in dat van jou.
Bij het wassen geven al mijn jassen
op je witste linnen af.
Je wisselt met je vingers
gaten voor mijn knopen.
Nu voel ik in mijn rug
hoe scheef je hakken lopen.


Gedicht G. Mandelinck 

© Aartrijke Leeft 2020   -  Webdesign: illegalgraphics.be